maandag 10 november 2008

Een mens laat stilte na



Een mens laat stilte na
I.M.J.M.H. Berckmans

Koud is het uur
waarop sleutels twee keer worden omgedraaid
en teeveezenders al moe van het vechten
congruent rust verteren.

Gebarikadeerde luchtspiegelingen
dun tarmac
stappen, scharnierend
als ouwe boomboxen

de valse tred
op straat verraadt
een afgeschreven been
de duivel breekt een stok in twee

kraakt in de katatone sector een flatline, krek
in de keuken van een moeder met een atoom op de plek van haar hart
een druppelende kraan in bakeliet perpetuum
maar verder geen bladzijden van geluid. Hooguit het kreuken van lakens.
Het ploem ploem ploem van de sinema veritee.

Een mens laat stilte na.
Raakt verwikkeld
in het spoor van bijster

alsof gordijnen toegedaan golven
de buurt – een haai in een nauw aquarium - slaat gade
gade
ga je dan
waar de bodydoggybags dicht zijn
peddelend naar de pieringen

waar naakte, aswitte vrouwen
met uitzinnige weeën
verkrampen en kruipen
in de aarde dikke, kokhalzende wormen.

Is armoede het allerlaatste waarmee de armoede zich voedt?

Zoiets als manna dat uit de lucht valt
de zwarte sneeuw van zerospeak
een jazzmotief met rollende ogen

gok met je leven
denk aan versperde kelen
blokkades waarachter een zee in branding
tekeer wenst te gaan

maar er is geen omkeren aan
dan een kringend vergif
dat ingewanden aanvreet
op de pittoreske ritmes van rook
dat schedelkieren verlaat.

De hagedissenkoning is dood.

vrijdag 25 april 2008

Grafgedicht mémé Suzanne Dekindt

Twee grootmoeders in twee weken tijd.

Het graf ligt voor iedereen op de loer. Keer je naar een timmerman terug die 2000 jaar geleden leefde of naar Methusalem of Gilgamesj die het geheim van het lange leven helaas ook naar het eigen graf meenamen?

Ik heb een licht voorkeur voor het e=mc², waaruit blijkt dat alles energie is. Het leven als een kortstondige fase, waarna de golf verdergezet wordt.

Het was - als dit als iets moois kan beschouwd worden - een mooie mis, mét een geïnspireerde priester, die her en der de gevoelige snaren wist te betokkelen. Ik las onderstaande, zeer persoonlijk tekst voor:

Je hebt weggegeven

Je hebt weggegeven
als kind kreeg ik van jou zomervakanties
waar ik het land al spelend leerde bewerken
we raapten aardbeien uit de aarde met onze beide handen
permeke had het graag geschilderd
we keken toe hoe de vruchten zwollen in de bomen
hoe de lucht tintelde met rondspringende atomen
het waren onbekommerde tijden
ik slingerde aan de takken van de treurwilg
wist ik veel

Je hebt weggegeven
je deed niet liever
een lach en een kus maakten je dag
over je schouder zag ik een tevreden grootvader
het gaf me de zin om oud te worden
om lief te hebben
om te houden van

je hebt weggegeven
ook toen het moeilijk werd
toen je grootvader aan de aarde teruggaf
je plantte je tranen rond het graf
waar als in een wilde tuin
je witte vlinders van herinneringen
een plaats vonden

je hebt weggegeven
tenslotte, tenslotte jezelf.

Ik hoop dat je vandaag veel in de plaats krijgt.

donderdag 10 april 2008

Je vertrek was nooit helemaal

Morgen wordt mijn grootmoeder Suzanna D'Hondt bijgezet in de familiegrafkelder op het kerkhof "Ter Ruste" te Poperinge. Ter nagedachtenis schreef ik het volgende gedicht:

Je vertrek was nooit helemaal

Je vertrek was nooit helemaal
maar draad na lichtdraad
alsof je de weg wilde verkennen
soms bleef je wat langer weg

in je wandeling door de wolken
als met een schatkaart in je handen
maar altijd met een half oor
waarin we nog afscheid konden nemen

we brachten bezoek en verhalen
herinneringen werden opgehaald
soms ontsnapte je langs een zonnestraal
alsof je een mooi patroon gevonden had

maar eens ook dat geklost was
op de koude, stenen vloer
rolde dan die plotse bloemenkrans:

de handen van je kinderen
en níet om los te laten

want wanneer je
aan al die lijnen
als een lied in ons hart

afdreef

we bleven afscheid nemen
wat is immers het leven zonder jou
dit terug te geven:

al vieren we als vliegertouw
onze nooit door te knippen navelstreng
jij vertrekt nooit helemaal.

zondag 6 april 2008

Vrijstaat O - Xavier Roelens

donderdag 31 januari 2008

Dingen in gedichten


dinsdag 29 januari 2008

Tongkonan



Zit dan op dit zadel als een kindkoning
en leef met de neus naar het noorden:
beneden zijn er 7777 feestelijkheden
een doordruk met een nieuw geluid.

Leef met de neus naar het noorden
met een duwtje in de rug vanuit een baldakijn
drukt een nieuw geluid zich door
als een godlasterend geknaag

in je rug duwt een baldakijn
in je oor ademt een voorouder
hij klaagt godlasterend
dat hij de zee mist

een voorouder ademt in je oor
en maakt een bekende sprong
hij is de mist op zee
het hoorngedreun

maak dan de sprong in het bekende
meng je met het bloed
als de dreun van een hoorn
kind, zit niet in over de koning.

maandag 28 januari 2008

Position de valeur

Met de ware wereld hebben we ook de schijnbare afgeschaft. Is dit dan dé vergissing uit onze geschiedenis (en niet de geschiedenis van een vergissing)? Wie besloot om de verbeelding in te ruilen voor een restwerkelijkheid, uitgekleed en mathematisch tot de limieten van het schaarse gedreven? Wie nam dit op als marketing-strategie voor het bedrijf dat de mensheid heet te zijn?

Vandaag klinkt nog veel te veel de monoloog van de afgrond, de bres. Als beeld voor de moedige stap in het onbekende is het verschraald tot een statement dat iedereen met een gezonde literaire aspiratie vroeg of laat als onderwerp ter hand moet nemen.

Wat fascineert zo aan de bres, de afgrond, dat moment voor het slapengaan, de inzinking? Is het dat monster van de verbeelding, dat daar als een zand hoestende bron de wikkels van zich af probeert te sleuren?

Waarom zoeken we het sublieme bijvoorbeeld niet in een poëzie van de elementen? Gedichten, oplaaiend als pilaren van vuur (een psychoanalyse van de vlam), of kabbelend als een gezellig beekje, uitmondend in een landschap van duizend-en-één-nacht, waar bomen kronkelend, jaar na jaar, geheimen ringeloren. Welke tonen zou je horen als de wind op het uiterste topje van een berg zou fluiten?

Ik wil gefluister vandaag. Gefluister dat zich ophoopt alsof een zandstorm komt opzetten. Wil er dan aub iemand roepen alsof hij het eureka van de fantasie heruitvond?

De metafysicus als oervader van de fascist. Zo wil ik zijn vanavond, wanneer ik aan het einde van de dromen toekom.