Een mens laat stilte na
I.M.J.M.H. Berckmans
Koud is het uur
waarop sleutels twee keer worden omgedraaid
en teeveezenders al moe van het vechten
congruent rust verteren.
Gebarikadeerde luchtspiegelingen
dun tarmac
stappen, scharnierend
als ouwe boomboxen
de valse tred
op straat verraadt
een afgeschreven been
de duivel breekt een stok in twee
kraakt in de katatone sector een flatline, krek
in de keuken van een moeder met een atoom op de plek van haar hart
een druppelende kraan in bakeliet perpetuum
maar verder geen bladzijden van geluid. Hooguit het kreuken van lakens.
Het ploem ploem ploem van de sinema veritee.
Een mens laat stilte na.
Raakt verwikkeld
in het spoor van bijster
alsof gordijnen toegedaan golven
de buurt – een haai in een nauw aquarium - slaat gade
gade
ga je dan
waar de bodydoggybags dicht zijn
peddelend naar de pieringen
waar naakte, aswitte vrouwen
met uitzinnige weeën
verkrampen en kruipen
in de aarde dikke, kokhalzende wormen.
Is armoede het allerlaatste waarmee de armoede zich voedt?
Zoiets als manna dat uit de lucht valt
de zwarte sneeuw van zerospeak
een jazzmotief met rollende ogen
gok met je leven
denk aan versperde kelen
blokkades waarachter een zee in branding
tekeer wenst te gaan
maar er is geen omkeren aan
dan een kringend vergif
dat ingewanden aanvreet
op de pittoreske ritmes van rook
dat schedelkieren verlaat.
De hagedissenkoning is dood.
I.M.J.M.H. Berckmans
Koud is het uur
waarop sleutels twee keer worden omgedraaid
en teeveezenders al moe van het vechten
congruent rust verteren.
Gebarikadeerde luchtspiegelingen
dun tarmac
stappen, scharnierend
als ouwe boomboxen
de valse tred
op straat verraadt
een afgeschreven been
de duivel breekt een stok in twee
kraakt in de katatone sector een flatline, krek
in de keuken van een moeder met een atoom op de plek van haar hart
een druppelende kraan in bakeliet perpetuum
maar verder geen bladzijden van geluid. Hooguit het kreuken van lakens.
Het ploem ploem ploem van de sinema veritee.
Een mens laat stilte na.
Raakt verwikkeld
in het spoor van bijster
alsof gordijnen toegedaan golven
de buurt – een haai in een nauw aquarium - slaat gade
gade
ga je dan
waar de bodydoggybags dicht zijn
peddelend naar de pieringen
waar naakte, aswitte vrouwen
met uitzinnige weeën
verkrampen en kruipen
in de aarde dikke, kokhalzende wormen.
Is armoede het allerlaatste waarmee de armoede zich voedt?
Zoiets als manna dat uit de lucht valt
de zwarte sneeuw van zerospeak
een jazzmotief met rollende ogen
gok met je leven
denk aan versperde kelen
blokkades waarachter een zee in branding
tekeer wenst te gaan
maar er is geen omkeren aan
dan een kringend vergif
dat ingewanden aanvreet
op de pittoreske ritmes van rook
dat schedelkieren verlaat.
De hagedissenkoning is dood.



